

Rechtstreeks naar:
Vestigingsadres:
Moto Sportivo
Zuivelweg 17
7021 CS Zelhem
Email: info@moto-sportivo.nl
Tel: 075-8800068
In aansluiting op "mototalk-kijktechnieken" gaan we in dit artikel in op de bochtentechniek.
Voor het behalen van je rijbewijs, wordt er wat bochtlijnen betreft, niet veel van de nieuwe motorrijder verlangd. Plaats op de weg: rechts van het midden op je rijbaan en je zit al snel goed. Gelukkig zijn er ook rijschoolhouders die extra lessen inbouwen om niet alleen je rijbewijs te halen, maar vooral om je de nodige veiligheid mee te geven als je het roze papiertje eindelijk hebt. Hoe je deze herkent? Een goede motorrij-instructeur zal zelf een fanatieke motorrijder zijn en zal niet gauw met een auto achter je aan rijden. Hij zal je ook vertellen dat je met het halen van het rijbewijs A het absolute minimum hebt behaald en dat een vorm van nascholing een must is. Hiervoor zijn diverse trainingen voorhanden.
Waarom rechts van het midden van je rijbaan niet afdoende is lees je hierna.
BochtstraalAls we het hebben over bochten moet je eerst begrijpen dat een bocht een bochtstraal heeft. Zie het als het verschil tussen een grote rotonde of een hele kleine. Een grote rotonde laat zich met een hogere snelheid nemen als een kleine. Oftewel een grotere bochtstraal kan een hogere snelheid aan als een kleine bochtstraal.
Het is belangrijk te weten dat de snelheid dus gekoppeld is aan de bochtstraal. Als je niets om snelheid geeft, dan betekent dat in ieder geval dat je meer marge hebt (meer veiligheid) als je de snelheid tempert.
Vergroten van de bochtstraal
Omdat jouw weghelft een gemiddelde breedte heeft van 3 meter en je motor nooit breder is dan 1 meter, betekent dit dat je in een bocht, die van zichzelf een vaste bochtstraal heeft, een grotere bochtstraal kan maken. Door buiten – binnen – buiten toe te passen vergroot je de bochtstraal optimaal. Dit betekent bij gelijk blijvende snelheid, maximale veiligheid of dat je juist de snelheid kunt verhogen. In een beetje gewone bocht maakt dat al snel een verschil van 30 km/u in het nemen van de bocht. Bedenk je eens dat door een bijzondere omstandigheid een bocht glad is (oliespoor), dan ben je maar wat blij dat je ook bij rustig rijden een goede bochtlijn pakt.
Opbouwen van een bocht
Omdat niet iedere bocht van begin tot eind overzichtelijk is en je ook te maken hebt met tegenliggers, is het niet wenselijk om bijvoorbeeld aan de buitenzijde van de bocht uit te komen als daar net een grote vrachtauto je tegemoet komt. Daarom zul je de lijnen op de openbare weg moeten aanpassen. Dit aanpassen van je lijnen komt er op neer dat je een bocht in stukjes knipt. In “Mototalk-kijktechnieken” hadden we het al over de verschillende kijkpunten.
1e kijkpunt het rempunt
2e kijkpunt het instuurpunt
3e kijkpunt de apex (snijpunt)
4e kijkpunt de uitgang
Dit is een bocht “opbouwen”. Gebruik maken van het zicht dat je hebt en het lezen van de bocht (oppakken van signalen die het verloop van de bocht, ondanks onoverzichtelijkheid, aangeven) . Het betekent dat je in het eerste deel van een bocht die onoverzichtelijk is (tussen rempunt en instuurpunt) de snelheid gelijk houdt. Dit betekent standgas, dan wel iets opbouwend gas omdat het rijden onder een hellingshoek meer energie kost. Het is van belang dat je hierbij zorgt dat je de buitenzijde van de bocht vast blijft houden tot het moment dat je weer volledig overzicht hebt (instuurpunt). Het overzicht heb je als je ziet dat de bocht weer een recht verloop krijgt. Je verlegt je kijkpunt naar de binnenzijde van de bocht (apex) en kunt dan weer buiten – binnen – buiten (uitgang) toepassen. Je maakt er dan als het ware een rechte lijn van. Dit betekent dat je het gas kunt opendraaien, waardoor de motor snelheid maakt en overeind komt.
Deze manier van rijden heeft als voordeel dat je altijd optimaal zicht haalt en daarmee enorm veel veiligheid binnenhaalt. Als je deze techniek je eigen hebt gemaakt, merk je dat het rijden een stuk makkelijker gaat en dat je gemiddelde snelheid, met dezelfde veiligheidsmarge of meer, een stuk hoger komt te liggen. Mederijders die je vroeger moeilijk kon volgen vormen geen probleem meer.
Racelijnen
In de racerij geldt in principe de buiten – binnen – buiten lijn. Deze lijn zorgt voor de gehele bocht voor het hoogste gemiddelde.
Door de bocht in stukken te knippen kun je wat spelen met snelheid. Een racer zal zijn lijnen daardoor kunnen omzetten in verdedigende lijnen (deur dicht houden) dan wel in aanvallende lijnen (binnendoor uitremmen, beiden van de lijn af, maar de aanvaller zit er wel voor). Het is dan ook goed te verklaren dat wanneer 2 racers vechten om een plaats, dit ten koste gaat van de snelheid. Wanneer een koploper in staat is om weg te lopen van de rest van een groepje, kan hij vaak betere rondetijden realiseren.
Openbare weg lijnen
Op de openbare weg hebben we daar niets aan. Waar we echter wel rekening mee moeten houden is dat er een obstakel op de weg kan liggen of een andere vorm van vuiligheid (modder, zand, grind). Door altijd een bocht hoog aan te snijden (buiten beginnen) creëer je maximaal zicht. 
Door met standgas (of ietsje meer zoals al eerder omschreven) de bocht hoog te nemen, blijft de motor (in combinatie met een goede kijktechniek) stabiel. Je voelt de rust in de motorfiets. Kom je op het punt dat je de bocht weer rechtuit ziet gaan, dan kun je er voor kiezen om de motor naar binnen te kantelen, je kijkpunt te laten lopen via het snijpunt van de binnenbocht en het gas te openen.
Zie je nu vuiligheid op de weg, dan blijf je in de bocht gewoon buiten en opent het gas pas na het passeren van de bocht. Je hebt dan maximaal geprofiteerd van de plaats op de weg. De bochtlijn loopt dan niet via de vuiligheid.
Vaak is het zo dat je door wat langer hoog te blijven in een bocht en wat later aan je instuurpunt van de bocht te beginnen, je er voor kunt zorgen dat je bijvoorbeeld rechts van de weg uitkomt (buiten – binnen – binnen/of midden). Wel zo veilig bij veel tegenverkeer.
Veel gemaakte fouten
Het rijden van een bocht heeft met drie dingen te maken.
Het eerste punt is de kennis van de bochtentechniek (rijlijn).
Het tweede punt is te zorgen voor de stabiliteit in de motor. Dit doe je door altijd te zorgen voor een iets trekkende motor. Je houdt hierbij rekening dat het rijden onder een hellingshoek wat meer energie kost.
Het derde punt is het kijken. Zoek je kijkpunten op en verleg ze op het moment dat je meer zicht krijgt. Kijken doe je ver vooruit.
Merk je dat je een bocht niet vloeiend neemt, dan doe je één van deze dingen niet goed.
Een kwestie van afvinken dus.
Te vroeg naar binnen betekent altijd dat je er te breed uitkomt, wat een aanzienlijk risico vormt.
Te hoge snelheid
Merk je dat je snelheid te hoog is, is het een optie om je bocht op standgas compleet te ronden. Door je achterrem er lichtjes bij te pakken kun je het trekkende achterwiel iets afremmen (wel standgas blijven houden!).
Gelukkig kan de motor vaak meer dan de berijder en heb je het meeste aan het voorkomen van paniek. Niet remmen, niet compleet van het gas af. Juist nu heb je de stabiliteit van de motor nodig. Rustig de bocht in blijven kijken, nooit naar het gevaar (buitenbocht, boom, auto). Maar bedenk altijd één ding: NEVER DRIVE FASTER THAN YOUR ANGEL CAN FLY….
Met vriendelijke Motogroeten,
Peter Dijkstra/Moto Sportivo.